Archive for the ‘Pesten Gedichten’ Category
Pesten En Automutilatie
Haar hoofd hing diep neder gebogen
alle haren raakten welhaast de grond
Haar allerlaatste hoop was vervlogen
bedrukte trekken rondom haar mond
Heel die lange nacht had ze gebeden
al haar vingers voelden stijf en stram
Ze werd al van meet af aan gemeden
zo verscheen op haar ziel een schram
Haar klas zo vol van lege individuen
stelde haar domheid glorieus tentoon
Ze volhardden in beter verafschuwen
en de domste bleek de hoofdpersoon
Heel die lange nacht had ze gebeden
al haar tranen dropen nu op de grond
Van narigheid had zij zich gesneden
zo ontstond in haar een nieuwe wond
Dood Pesten
’s Avonds in het diepdonker fluisteren
tegen muren, stilzwijgend om mij heen
en dan naar het zachte donker luisteren
Ik ben zo vreselijk eenzaam dat ik ween
’s Avonds in mijn aardedonkere kamer
zittend op mijn reeds omgewoelde bed
Daar voel ik mij steevast zelfs eenzamer
Niet wetend of ik het tot de ochtend red
’s Avonds in een te donkere stemming
stromen tranen enkel hulpeloos omlaag
Heel de nacht is één grote omklemming
Wil ik nog wel leven? Dat is mijn vraag
’s Avonds in het pikkedonkere schreien
omdat toch ‘t getreiter ook nimmer stopt
Totdat dan na al die ingemene plagerijen
de milde dood mij aan de voordeur klopt
’s Avonds in het diepdonkere heengaan,
sterven zonder dat één treiteraar mij ziet
Misschien kost ‘t hen zelfs wel een traan
dat ik thans ben gestorven ..van verdriet
Tranen In De Nacht
Ze huilde geruisloos voor zich heen
haar zakdoek voelde al vreselijk nat
Waarom was elkeen dan zo gemeen
en waarom noemde geen haar schat
Vele tranen gleden over haar wang
vanwaar de pijn kwam wist ze best
Alreeds sinds de week van aanvang
werd ze dagelijks door ieder gepest
Haar ogen zagen van ’t huilen rood
omdat ze alsmaar aan morgen dacht
Ze klaagde aan de nacht haar nood
hopende dat deze verlichting bracht
Ze weende neerslachtig in haar bed
’t duister werd zwarter zo ’t scheen
Aan haar kleefde ‘t donkerste etiket
en zij voelde zich ontzettend alleen
Woorden Doen Pijn Als Ze Hard Worden Gesproken (verdriet)
woorden kunnen raken
even hard als pijlen
die doorboren je lichaam
laten een spoor
van vernieling achter
en een litteken
dat je voor de rest
van je hele leven
zal mee dragen
Pesten En Pesterijen
de pester, werd ooit
zelf eens hard gepest
en merkte dat hij
dat ook wel eens kon
maar dat hij het verdriet
dat hij kende en mee maken
door gaf aan een andere
daar stond de pester
spijtig genoeg niet bij stil
tot het noodlot hem toe sloeg
Altijd Maar Dat Pesten
Donker en doodstil zweeg de nacht
zoals ieders woorden stokten bij haar
Ze haatten haar met zo’n overmacht
dat ze huilde in ‘t toilet ruim een jaar
Woorden, soms scherper dan ’t mes
braken haar tegenstand almaar meer
Vechten bleek al zo lang geen succes
want daarna wachtte nog meer sneer
Door veel tranen werd ‘t kussen nat
in ‘t donkere stil klonk dan een snik
Ze schreide zacht, deze zo lieve schat
want wanhoop won het een ogenblik
Morgen bracht zonder twijfel smart
en vervolgens dan nog heel de week
Ze viel in slaap edoch sprak verward
dat ze bijna onder ’t pesten bezweek
Haar ogen zagen van ’t wenen rood
waarom toch kreeg zij niets van rust
Alsof elkeen van haar verdriet genoot
treiterde men elke dag, zeer bewust
Dan brak haar volgende morgen aan
en wachtte berustend weer haar fiets
Onderweg bij regen, zag je geen traan
dus wie haar begroette, merkte niets
Op school bleek snel de cirkel rond
want daar naderde de eerste malloot
Een kluns met een veel te grote mond
die na ‘t spuiten van zijn onzin, sloot
Donker en doodstil zweeg de nacht
zoals ieders woorden stokten bij haar
Ze kwelden haar met zo’n overmacht
dat zij huilde in bed..al ruim een jaar
In De Nacht Verstopt
In diepste stilte was ze verscholen
haar handen huilend in het gezicht
Morgen wederom die rot school en
ze zag er vreselijk tegenop, allicht
Zachtjes schreiend in haar handen
dacht ze aan morgen, aan haar test
En buitendien aan al haar vijanden
door wie ze al zolang werd gepest
Waarom gingen nachten zo gauw,
waarom kwam die morgen zo snel
Als immer zag haar gezicht grauw
en al rap naderde wel het hele stel
Ik ben niet mooi, meende ze toen
en ik heb zelfs een lelijk, vale huid
Elk joch zou mij de strop omdoen
allicht veel liever..dan met mij uit
Plotseling ging toen de wekker af
dat terwijl het nog erg donker was
Blootsvoets schoot ze, op een draf
de trap af, at en..ze vergat haar tas
Natuurlijk kreeg ze daarom straf
als zo vaak begreep niemand dat
Die avond sloeg ze abrupt linksaf
ze gaf ‘t simpel op die lieve schat
Daarna bleef zij eeuwig verstopt
men vond ‘t meisje nimmer meer
Door alles en iedereen verschopt
legde zij haar moede hoofd neer
Pesten
’s avonds in het donker.
Het meisje alleen.
met een steek in haar maag.
Wachtend tot de volgende ochtend.
Niet kunnend slapen.
Niet kunnend dromen.
Bang wat haar morgen staat te wachten.
Misschien wel de dood?
Val dood zeekoe.
Ga weg.
Kankerdikke.
Al die woorden. doen z’n pijn.
doodgepest.
Waarom nou net zij?
doodgepest
Dat is wat jullie wouden
Haar Ogen Zo Nat
Ze huilde zachtjes in de nacht
terwijl niemand haar kon zien
In het kussen weende ze zacht,
al lange, sedert een uur of tien
Ze staarde naar de volle maan
waarlangs stil een wolk gleed
Die wolk geleek op haar traan
en vond als zij ’t leven wreed
Ze zag tegen elke morgen op
ook dus in die eenzame nacht
Denk dat ik mij straks verstop
mompelde ze schreiend zacht
Morgen begon ’t pesten weer
zoals altijd al ruim vòòr de les
Zodra zij er was, was er sneer
en zo groeide dus haar stress
Haar verdriet beklemde haar,
’t ging niet zo goed op school
Ze at teveel en raakte te zwaar
laat haar maar, werd ’t parool
Ze snikte bijgevolg in de nacht
die arme, maar zo lieve schat
Ik ga haar bijstaan tot ze lacht
want haar ogen zijn nu zo nat
Als Een Gewoon Meisje
Vanuit de spiegel staarde ’t gezicht
haar zonder iets van uitdrukking aan
Ze moest weer denken aan ’t gedicht
waarin ze verlangde naar haar traan
Het huilen had zij lange al verleerd
ze had de ogen totaal leeg geschreid
Daar ze door elkeen werd genegeerd
of ze riepen, hoepel op, lelijke meid
Ze wilde zoals andere meisjes zijn;
gewoon en zonder te worden gepest
Een gewoon meisje, zonder alle pijn
dus eenvoudig zoals elk van de rest
Vanuit de spiegel staarde het gelaat
propvol eenzaamheid in haar gezicht
Dat meisje, door elkeen zo versmaad
deed de beide ogen..verdrietig dicht